Reisverslag: Per spoor naar Torrita di Siena (2017

Gepubliceerd op 2 november 2026 om 23:01

Reisverslag: Per spoor naar Torrita di Siena (2017

In 2017 reisde ik naar Toscane om mijn dochter op te zoeken, die inmiddels haar leven heeft opgebouwd in Italië. Het werd een gedenkwaardige reis vol contrasten, die al begon achter de computer in Emmen waar ik mijn Italiaanse treintickets online kocht. Een goede zet, want dat scheelde een hoop gedoe met de ouderwetse stempelautomaten op de Italiaanse perrons.

Na de vlucht naar Florence begon het spooravontuur op het station Firenze Rifredi, in het noordwesten van de stad. Wie denkt dat de trein in Italië in een rechte lijn naar het zuiden dendert, komt bedrogen uit. Hemelsbreed is de afstand van Florence naar Torrita di Siena zo'n 75 kilometer — vrijwel exact de afstand van Emmen naar Zwolle. Maar waar de Arriva-trein in Nederland daar net geen uur over doet, ben je in Toscane ruim tweeënhalf uur onderweg door een enorme omweg via het oosten.

De trein vertrok vanaf Rifredi en boog met een grote bocht om het centrum van Florence heen via het station Firenze Statuto naar het grote Firenze Campo di Marte. Vanaf daar lieten we de stad achter ons en volgde de route de schilderachtige Valdarno-vallei. De trein passeerde de dorpen Figline Valdarno, San Giovanni Valdarno en Montevarchi-Terranuova, om vervolgens te stoppen in de grote historische stad Arezzo.

Vanaf Arezzo zakten we verder af naar het zuiden, langs de Toscaanse heuvels. Aan de linkerkant verscheen het ommuurde Castiglion Fiorentino, gevolgd door Camucia-Cortona en Terontola-Cortona, vlak bij het Trasimenische Meer. Uiteindelijk bereikte de trein het grote knooppuntstation Chiusi-Chianciano Terme.

In Chiusi stapte ik over op de lokale boemeltrein, een rammelende dieseltrein die het tempo nóg verder vertraagde. Deze Regionale stopte op elk plattelandsstationnetje in de Valdichiana-vallei, waaronder het kleine station van Montepulciano, om uiteindelijk na een slingerende rit te arriveren op de eindbestemming: Torrita di Siena.

Mijn uitvalsbasis destijds was Albergo Ristorante Pizzeria Belvedere. Het hotel zag er toen al erg verwaarloosd uit, en de tijd heeft geleerd dat die indruk klopte; inmiddels is het hotel definitief gesloten. Maar de herinnering aan het weerzien met mijn dochter in die prachtige, tijdloze omgeving blijft.

Wat me achteraf misschien nog wel het meeste bijbleef, was de spoorwegcontrole — of het complete gebrek daaraan. Zowel op de heen- als terugweg in Italië heb ik geen enkele conducteur gezien. Zelfs het hele stuk van Amsterdam naar Zwolle verliep zonder controle. Maar toen ik na die duizenden kilometers overstapte op de trein vanuit Zwolle richting Emmen, stonden ze er ineens weer: de vertrouwde Nederlandse dienstkloppers. Een treffend contrast tussen het nonchalante Italië en de strakke Nederlandse spoorwegen, vlak voor ik weer thuis was.

 

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.