gedroogd brood garenklosjes en zware shag | fiona de Bruin

Gepubliceerd op 26 oktober 2026 om 12:54

Wie vandaag de dag door de Wilhelminastraat in Sappemeer loopt, kan het zich bijna niet meer voorstellen. Maar in de jaren zestig, zeventig en tachtig zat hier, midden in de woonwijk, een gigantisch eierbedrijf. Het was geen traditionele boerderij, maar een gewoon woonhuis met een maalderij erachter. De eigenaar—een hardwerkende familieman met een druk katholiek gezin van zeven kinderen—had een slimme manier gevonden om uit te breiden. De naastgelegen woonhuizen waren zijn bezit en die verhuurde hij. Op de achtertuinen van die huurhuizen én op die van hemzelf had hij drie enorme kippenschuren gebouwd, die helemaal doorliepen tot aan de sloot die erachter lag. Met maar liefst twintigduizend kippen, maar konden ook meer zijn,  in legbatterijen drukte dit bedrijf een flinke stempel op de hele straat en nabije omgeving.

Als kind groeide ik op met de dynamiek van dit bedrijf. Na schooltijd was er altijd wel wat te doen. Mijn oma werkte er halve dagen, net als mijn tante. Zij runden samen met het gezin de drukke huishouding van het grote gezin, maar stonden daarnaast ook in de eierwinkel die voorheen in de jaren 60 dienst deed als graan- en zaadhandel voor pluimvee en vogels. Later deed de ruimte dienst als opslag voor de eieren en er stond een grote eiersorteermachine. De transportband van de eiersorteermachine bestond uit twee rijen draaiende, zandloperachtige rollen. Ze leken sprekend op de houten garenklosjes die mijn oma in haar naaidoos had zitten. Deze klosjes zorgden ervoor dat de eieren automatisch dwars kwamen te liggen en netjes op afstand bleven, klaar om gewogen te worden.

De machine liet de eieren op basis van gewicht in de juiste laan rollen. In die tijd spraken we nog niet van S, M of XL, maar ging het om de maten ‘de eenen, de tweeën, de drieën’ tot en met de lichte ‘zessen’. Soms zat er een buitenbeentje tussen: een piepklein duiveneitje van een jonge hen, een reusachtige dubbeldooier, of een zacht windei zonder schaal. Die haalden we er met de hand uit, want die mochten de machine niet bevuilen.

Mijn taak was soms na schooltijd het leeghalen van de batterijen. Met een plat karretje—niet groter dan een kruiwagen met één wiel aan de voorkant—manoeuvreerde ik door de smalle gangen van de legbatterijen. Je moest verdraaid goed opletten hoe je de eierrekjes stapelde. Als je de kar weer naar voren schoof en het gewicht was verkeerd verdeeld, kon de hele boel kantelen. Gelukkig is mij dat nooit overkomen. Controleren op barstjes hoefde trouwens amper; de eieren waren ijzersterk. De kippen kregen namelijk topvoeding uit de eigen maalderij. De eigenaar mengde tarwe, rogge, maïs en vismeel met gemalen zeeschelpen—het zogenaamde kippengrit—wat zorgde voor eierschalen zo hard als stevige eischaal moest zijn.

Ook oud brood was een belangrijk ingrediënt voor het voer. De boer kreeg enorme balen met witte bollen, bruine bollen en hele broden binnen wat de bakkerijen niet meer konden verkopen. Niet in plastic, maar in dezelfde ademende juten en papieren zakken als het graan. Het brood was daardoor gortdroog; je kon er bij wijze van spreken een deuk in spaanplaat slaan, zo hard. Ideaal om in de eigen maalderij te verwerken tot ochtendvoer. In de jaren 60 ook wel als voer voor de varkens, die er toen ook waren. 

Om de twee jaar moesten de legbatterijen worden gedemonteerd om de stallen grondig schoon te maken en de mest onder de batterijen weg te halen. Met behulp van een mobiele transportband werd alles destijds in vrachtwagens geschept en afgevoerd. Het was elke keer een gigantische logistieke operatie in de straat waar hard werd doorgewerkt om de stallen weer snel fris te krijgen voor de kippen.

De mooiste avonturen beleefde ik wanneer ik mee mocht op de bezorgauto. De oudste zoon reed de bestellingen rond naar bakkerijen en horecagelegenheden in de regio. Als hij onderweg even een shaggje moest draaien, keek hij naar mij: "Sturen!" Dan mocht ik als 12-jarige het stuur vasthouden op het lange, rechte stuk van de Wilhelminastraat. In die tijd stonden er nog amper auto's langs de weg geparkeerd, dus dat kon gemakkelijk. De geur van zware shag in de cabine en de spanning van het sturen vergeet ik nooit meer. Het was een harde, bedrijvige, maar prachtige tijd in Sappemeer, die inmiddels definitief tot het verleden behoort.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.