Chocolademelk, Chateaubriand en een stuiterende directiewagen: Mijn dubbelrol in 1983

Gepubliceerd op 1 november 2026 om 01:07

In 1983 hield ik er een bijzonder flexibel werkend leven op na. Overdag werkte ik via Securitas als beveiliger op het districtskantoor (DIKA) van de ABN-bank aan de Vijzelstraat in Amsterdam. ’s Avonds ruilde ik mijn uniform regelmatig in voor een kelnerspak om via Tempo-Team op afroep chique diners te verzorgen. Twee totaal verschillende werelden, maar op een memorabele dag in 1983 kwamen die werelden op wel héél bizarre wijze samen.

Mijn vaste post bij de bank was de loge bij de parkeergarage aan de Prinsengrachtzijde. Ik zat daar achter het glas om de kentekens en tijden van uitgaande auto's te noteren. Direct voor mijn neus lag de steile fietstrap naar de kelder – zo’n typisch Amsterdamse trap met aan weerszijden een goot om de fietsen naar beneden te geleiden.

Vanwege wegwerkzaamheden aan de Keizersgracht was onze uitgang tijdelijk omgedoopt tot in- én uitgang. Ik regelde de logistiek met een handbediend verkeerslicht. Dat ging twee weken lang perfect, totdat de Keizersgracht weer openging en de verkeerslichten werden weggehaald. Iedereen moest weer via de oude route naar binnen, maar blijkbaar had niet elke chauffeur de memo gekregen.

Toen er die ochtend een dikke directiewagen naderde, begreep de chauffeur mijn handgebaren richting de Prinsengracht niet. Ik liep mijn loge uit en legde hem rustig uit dat hij om moest rijden via de Keizersgracht. Op de achterbank zat een belangrijk mannetje met een hoed. De chauffeur knikte begrijpend. Meteen daarna kwam er nóg een auto aan, dus ik liep snel door om ook die chauffeur te instrueren. Tevreden dat ik de boel in goede banen had geleid, liep ik terug naar mijn loge.

Maar de eerste chauffeur had mijn aanwijzing wel heel letterlijk genomen.

Toen ik bij mijn loge aankwam, geloofde ik mijn ogen niet. De glimmende directiewagen was bezig de fietstrap af te rijden! De rechterwielen over de fietsgoot, de linkerwielen over de traptreden: kadoenk, kadoenk, kadoenk. Op de achterbank zag ik de directeur met zijn hoed wild op en neer stuiteren. Het was een onbetaalbaar gezicht. Halverwege de steile trap werd het gangetje smaller, waardoor de auto aan weerszijden direct werd ingedeukt. De chauffeur probeerde in paniek nog achteruit te rijden, maar de trap was te steil en de auto te zwaar. De slippende banden zorgden voor een enorme rookontwikkeling. 

Uiteindelijk moest de hoofdbeveiliging erbij komen om de wagen met een takelwagen naar boven te trekken. Mij trof gelukkig geen blaam; die chauffeur had beter moeten weten.

De dag was echter nog niet voorbij. Diezelfde middag kreeg ik in de parkeergarage bezoek van een klein, donkerharig meneertje dat vriendelijk vroeg waar zijn chauffeur bleef. Ik wist dat die even een broodje was gaan eten, dus ik nodigde de man uit in mijn loge en bood hem een beker warme chocolademelk aan. We maakten gezellig een praatje en ik vroeg wat hij voor de kost deed. Ik mocht het raden. "Leraar Italiaans? Of directeur van een pizzazaak?" gokte ik met mijn Amsterdamse accent. De man moest lachen, stond op, maakte een hoffelijke kniebuiging en stelde zich voor: Sergio Orlandini, de president-directeur van de KLM én commissaris bij de ABN.

Na mijn dienst haastte ik me snel naar huis in Geuzenveld. Ik moest mijn chique bedieningskleding aan, want Tempo-Team stuurde me die avond naar Kasteel Oud-Wassenaar voor een exclusief diner onder leiding van de KLM-catering. De zaal stond vol prachtig gedekte tafels. Mijn taak? Zeetong fileren aan tafel en Chateaubriand flamberen en trancheren. Pure klasse.

Het gezelschap stroomde binnen. Allemaal hoge heren, waaronder de machtige ABN-topman André Batenburg. En u raadt het al: wie schoof er aan míjn tafel aan om een vorkje te prikken? Sergio Orlandini.

Ik hield mijn hart vast. In de parkeergarage was ik nog de informele beveiliger met een plat Amsterdams accent, maar hier stond ik in onberispelijk Algemeen Beschaafd Nederlands als een ware sterrenkelner de Chateaubriand te flamberen.

Orlandini was vlijmscherp. Hij keek me discreet aan en vroeg: "Hebben wij elkaar vandaag niet eerder gezien?"
Ik hield mijn gezicht strak in de plooi, lachte vriendelijk en vroeg waar dat dan wel mocht zijn.
"Bij de ABN, in de parkeergarage," zei hij.
Ik keek hem aan en antwoordde met een stalen gezicht: "Oh, dan heeft u mijn zus gezien. Die werkt daar."

Hij slikte de smoes voor zoete koek en heeft de rest van de avond heerlijk gegeten. Ik heb het gezelschap flink in de watten gelegd. Zo bleven mijn twee werelden die dag perfect gescheiden, maar deze dubbelrol uit 1983 zal ik nooit meer vergeten!

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.