De Proloog: Het etiket van een autonoom leven
Velen in mijn omgeving hebben weleens geroepen dat ik mijn verhalen op papier moet zetten om er een boek van te schrijven. Mijn leven laat zich namelijk niet in een standaardhokje proppen. Ik hoefde nooit zo nodig carrière te maken; een waslijst aan tijdelijke banen via uitzendbureaus en kortlopende contracten bracht me precies de afwisseling en tevredenheid die ik zocht. Zodra de routine intrad en de uitdaging weg was, sloeg bij mij de verveling toe en moest ik weer wat anders. Dat wist ik als kind van twaalf eigenlijk al, wanneer volwassenen me vroegen wat ik later wilde worden en ik het antwoord schuldig moest blijven.
De waarschuwing aan het UWV (en mijn geheime deal)
Het UWV dacht daar op een gegeven moment echter heel anders over. Ik moest en zou getest worden voor een passend beroep. Ik was toen 42 en waarschuwde die hele instantie vooraf al dat het ze niet zou lukken om mij in een van hun kaders te plaatsen. Ik werd naar een psychologisch adviesbureau gestuurd voor een uitgebreid onderzoek. Tot ieders verrassing rolde er een IQ van 132 uit de bus, met een extreem hoog verbaal abstractievermogen.
Ik geloofde het destijds eigenlijk zelf niet eens, maar ik overzag de bureaucratische bui ook al hangen: als het UWV dit zwart-op-wit zou zien, zouden ze veel te hoge verwachtingen van me krijgen en zat ik nóg vaster in hun systeem. Ik keek de psycholoog aan en deed een strategisch voorstel: "Maak er maar geen 132 van. Maak er maar 117 van." Ik had op dat moment geen flauw benul wat het landelijk gemiddelde was. Dat dat 100 bleek te zijn, hoorde ik pas later. Had ik dat geweten, dan had ik hem natuurlijk nóg lager laten opschrijven! Maar de psycholoog ging erin mee, paste het rapport aan naar 117, en ik liep tevreden het pand uit. Veilig bovengemiddeld, dacht ik, maar ze lieten me tenminste met rust.
Om het rapport nog even extra gewicht te geven, concludeerde de psycholoog ook nog gemakshalve dat ik wel in het autisme-spectrum zou zitten. Dat wordt tegenwoordig voor het gemak direct aan hoogbegaafdheid gerelateerd als je niet in de pas loopt. Wat een onzin. Een autist ben ik niet en zal ik ook nooit worden; met mijn flexibiliteit en liefde voor het roerige leven is dat bij mij simpelweg onmogelijk. Maar het label zat in het dossier, en het UWV was stil.
Mensa en het lucratieve Utrechtse verdienmodel
Toch triggerde het me wel. Stiekem ben ik daarna eens op de website van Mensa gaan kijken. Ze hadden daar destijds een kleine online proeftest om te zien of je kans maakte op een officieel certificaat van hoogbegaafdheid (een IQ boven de 130) om zo in Utrecht de grote test te mogen doen. Uit die kleine test bleek dat ik inderdaad een grote kans maakte om lid te worden. Maar ja, er hing natuurlijk wel een flink prijskaartje aan die officiële test.
Mijn onzin-detector ging direct af. Ik stuurde Mensa meteen een gepeperde e-mail met de nuchtere opmerking dat ik het wel een erg lucratieve business vond om op deze manier mensen met een online testje lekker te maken, om ze vervolgens naar Utrecht te lokken voor een dure test. Volgens mij was die test voor iedereen wel te doen. Mensa mailde me stellig terug dat dit beslist niet zo was, en om hun gelijk te bewijzen nodigen ze me uit om eens een bijeenkomst van ze bij te wonen.
Die bijeenkomst vond plaats in een kroeg in Meppel. Nou, dat was eens maar nooit weer. Ik zag daar vooral een verzameling hoogbegaafde 'wannabees' die er dolgraag bij wilden horen en zichzelf zonodig moesten etaleren. Ik ben hem dan ook met stille trom gesmeerd. Geef mij maar de schietvereniging; daar kom ik tenminste nuchtere mensen tegen.
Verloren tussen de toga's
Diezelfde onthechting voelde ik toen ik als griffier op de Amsterdamse rechtbank werkte. Ik heb in een jaar tijd denk ik wel naast dertig verschillende magistraten gezeten als griffier, waaronder bekende rechters uit die tijd zoals Udo Bentinck en Orobio de Castro. Ik ontdekte al snel dat de rechtspraak een wereld is met een totaal eigen sociale code en zeer specifieke omgangsvormen.
Voor mij was dat slikken. Ik ben ontstaan in een doodgewoon, laagopgeleid Gronings arbeidersgezin. Mijn referentiekader was dat van hard werken met de handen, niet van de ivoren torens van de Amsterdamse elite. Natuurlijk dwong mijn verstand af dat ik me moeiteloos kon aanpassen; ik speelde het spelletje braaf mee en deed wat er van een griffier verwacht werd. Maar diep vanbinnen voelde het niet goed en was ik niet op mijn plek. Ik was dan ook dolblij toen mijn contract afliep en ik de deur van de rechtbank achter me dicht kon trekken. Ik wilde simpelweg niet verder in dat systeem.
Mijn eigen koers in Emmen
Mijn brein weigerde als kind op de basisschool al om hersenloos rijtjes op te dreunen (Groningen, Hoogezand, Zuidbroek, Veendam, Stadskanaal...). Ik keek liever uit het raam en weigerde mee te doen aan de controle van proefwerken, wat me destijds steevast vieren opleverde voor rekenen en taal. Maar de praktijk bleek later mijn beste leerschool: als vijftienjarige zaterdaghulp in een grote supermarkt rekende en woog ik moeiteloos vier ons vleeswaren uit het hoofd uit. In mijn onderbewustzijn had ik allang geleerd hoe de wereld werkte.
Labels of functies hebben me nooit kunnen corrumperen. Mijn autonomie was en is me daarvoor veel te kostbaar. Na een turbulent leven vol contrasten — van de banken van Vindicat en de gangen van de Bijlmerbajes tot de Amsterdamse nachtelijke horeca met Piet Römer en Peter Faber — geniet ik nu van de rust in Emmen. Op mijn eigen voorwaarden, met mijn gezonde verstand, schrijf ik mijn eigen verhalen. Niet in een dik boek op een stoffige plank, maar gewoon hier, op mijn eigen website.
Reactie plaatsen
Reacties