Whisky in 'Het Pandje': Vertrouwen op het scherpst van de snede (1989)

Gepubliceerd op 20 oktober 2026 om 10:11

Whisky in 'Het Pandje': Vertrouwen op het scherpst van de snede (1989)

In de advocatuur en de rechtspraak leer je al snel dat het recht niet altijd zwart-wit is. In 1989 werkte ik in een der penitentiaire inrichtingen en kwam ik voor een ethisch en menselijk dilemma te staan dat me altijd is bijgebleven. Het was een casus waarin ik besloot volledig op mijn eigen morele kompas en menselijke intuïtie te varen, dwars tegen de starheid van een collega in.

Het ging om een gedetineerde man die een gevangenisstraf van een jaar uitzat wegens dood door schuld (artikel 307 van het Wetboek van Strafrecht). Juridisch gezien is dat een culpoos delict—een tragisch gevolg door schuld of nalatigheid, absoluut geen zwaar opzetdelict zoals moord of doodslag. De achtergrond van de zaak was diep tragisch: de man was zijn eigen moeder te hulp geschoten toen zij door haar vriend werd geslagen. Hij had de vriend klappen gegeven, maar de vriend was daardoor ongelukkig gevallen en met zijn hoofd verkeerd terechtgekomen, met de dood tot gevolg.

De man had inmiddels twee derde van zijn straf uitgezeten en volgens de formele regels van de Dienst Justitiële Inrichtingen betekende dit dat hij simpelweg recht had op periodiek weekendverlof. Het was Oud en Nieuw en de man wilde niets liever dan de jaarwisseling doorbrengen met zijn oude moeder, de vrouw die hij destijds had willen beschermen. Mijn collega weigerde echter koppig om hem het verlof te geven. Toen die collega eenmaal vrij was, besloot ik de knoop door te hakken. Ik paste de wet én de menselijke maat toe en verleende hem het verlof. De man was dolblij en beloofde me plechtig dat hij maandagochtend keurig terug zou zijn. Ik vertrouwde hem op zijn woord.

Mijn vertrouwen werd niet beschaamd: op maandagochtend meldde hij zich exact volgens afspraak weer bij de poort. De opluchting en dankbaarheid waren zo groot dat hij me een bijzonder aanbod deed. Hij wilde dolgraag een glas whisky met me drinken om te proosten op een goede jaarwisseling naar 1990. Dat liet ik me geen twee keer zeggen. In mijn vrije tijd had ik een afspraak met hem in Amsterdam, in het bekende Café Het Pandje—het gezellige etablissement dat pal tegenover café Bolle Jan lag.

Daar zaten we dan: de jurist en de gedetineerde, samen aan de whisky in de Amsterdamse binnenstad. Sommige mensen zullen dat destijds misschien 'raar' of onprofessioneel hebben gevonden. Maar ik vaar mijn eigen koers. Wat ik in mijn vrije tijd doe, bepaal ik zelf. Het was een prachtig moment van pure menselijkheid in een verder koud systeem. Mijn intuïtie zat goed, het recht zegevierde, en de man had een onvergetelijke Oud en Nieuw met zijn moeder gehad.

 


 

 

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.